Mag ik wel lachen?

Op mijn Facebook pagina heb ik een keer een foto gepost van mezelf met cake en cadeautjes.. het was een vrolijke foto. Wat ik er niet bij vertelde was bij wat voor soort gezin ik had afgerond. Dit heb ik bewust gedaan, na overleg met de moeder. Ze zei “misschien zullen mensen zo’n vrolijke foto niet begrijpen”. Daar was ik het mee eens en we hebben afgesproken dat ik een andere keer zou vertellen over dit gezin en dat ik dan een foto van een bloem erbij zou posten.

Een dag later bedacht ik me dat ik haar al eerder had horen zeggen dat ze het lastig vond om te lachen in bijzijn van sommige mensen, dat anderen dat misschien niet gepast zouden vinden. Terwijl ze zich op dat moment naar omstandigheden wel goed en oprecht blij voelde. Destijds heb ik haar gezegd: “moet je dan maar depressief worden, of hele dagen somber blijven? En wat leer je je zoon dan? Dat hij niet meer mag genieten van het leven?” Daar was ze het ook wel weer mee eens, dat dat ook niet de bedoeling kan zijn. Ik heb daarom dit stukje geschreven en overlegd met moeder of zij het goed vindt dat ik dit post. Omdat ik graag taboes wil doorbreken. Ik vind het namelijk belangrijk dat iedereen mag leven op zijn eigen manier. Zonder dat dit ten koste gaat van andere mensen natuurlijk.

Het verhaal is als volgt. Ik ben een jaar geleden ingezet bij een gezin, omdat de vader een ernstige ziekte had, waarbij hij steeds minder kon. Hij vond het bijvoorbeeld leuk om met z’n zoon te mountainbiken, in de tuin werken, klussen en heeft z’n vrouw leren kennen bij het dansen, daar hebben ze zelfs prijzen mee gewonnen. Maar hij kon steeds minder.. Toen ik bij deze mensen begon kon hij al niks meer van bovengenoemde en zou hij uiteindelijk overlijden. Ik ben ingezet om de zoon te begeleiden bij dit proces, want de zoon van 8 jaar vertoonde door dit alles onder andere zeer druk gedrag en concentratieproblemen in het dagelijks leven. Het was elke keer weer een periode van spanning en angst als vader weer werd opgenomen.

Het mooie aan dit gezin was, dat ze, ondanks alles altijd de humor inzagen van veel dingen, dat ze grapjes maakten. Dit zorgt er natuurlijk voor dat het dragelijk blijft, en dat er ook op een luchtige manier over de moeilijke dingen gepraat kan worden. Uiteindelijk is vader overleden, maar zelfs op de begrafenis hebben ze de mensen nog met humor verrast met een lied wat klassiek begon, maar uiteindelijk als hardrock nummer eindigde (2Cellos met “Thunderstruck”). Het lied heeft de zoon uitgekozen, het was het nummer van hem en zijn vader. Een bijkomstigheid was dat de mensen met open monden zaten te kijken naar de videoclip.

Waarom het me zo aan het hart gaat is dat deze mensen dus altijd proberen het positieve te zien en  altijd proberen iets moois te maken van het leven, ik vind dat echt mooi. Maar dat dit wordt belemmerd door gedachten, zoals: “ik mag niet lachen”, “ik moet m’n lachen inhouden”, “andere mensen denken dan misschien dat ik er niks om geef dat hij is overleden” dat vind ik erg. Gedachten die ontstaan zijn door een gedachtengoed vanuit de cultuur. Of ja, waar zou dit eigenlijk door komen? Maar waarom is het niet gepast als ze lachen, terwijl lachen hen juist op een fijne manier aan hun geliefden doet herinneren?  Vandaar mijn eerste poging om dit taboe te doorbreken.

De zoon van ondertussen 9 maakt het goed, hij vond mijn hulp soms lastig, omdat hij dan juist aan z’n vader ging denken, maar hij vond het ook fijn en zou er niks aan willen veranderen. Hij had veel negatieve gedachten na het overlijden van z’n vader, en heeft dit om weten te buigen. Zijn oplossing was dat hij alle negatieve gedachten (zoals iemand de schuld willen geven) in een put gooit, want hij heeft geleerd dat je niks aan die negatieve gedachten hebt. Verder kan hij goed praten over lastige dingen met z’n moeder en ze geeft antwoord op al zijn vragen, op een manier die voor hem begrijpelijk en goed is. Samen gaan ze verder van het leven genieten, op alle mogelijke manieren die bij hen passen.

Ik ben heel erg trots op jullie!

Super Speurtocht in Corona-tijd

Super Speurtocht

Hebben jullie alle beren en paaseieren al gevonden? Hier is een leuke speurtocht voor kinderen om samen met een ouder of verzorger het speuren nog een stapje interessanter te maken!

Ga in je buurt op zoek naar beren en paaseieren achter de ramen van huizen. Zoek dan uit welk huisnummer het huis heeft. Kijk op welk getal het huisnummer eindigt.. Welke opdracht hoort er bij dat getal?! (zie hieronder)

Alle opdrachten zijn voorbeelden, je kan zelf alles aanpassen aan het niveau, de interesses en de behoeften van de kinderen. Per huisnummer laat je de kinderen 1 opdracht doen (bijvoorbeeld bij huisnummer 11: 20 keer hinkelen, niet gelijk alle sportopdrachten laten doen.

Veel plezier en denk aan de veiligheid, goed afstand houden van anderen! 😊

Benodigdheden: een balletje en krijt (zie 1 en 8)

-1 = Sporten: (10 of 20 keer) hinkelen / springen / jumping jacks (spreid-sluit met je benen en je armen naar de zijkanten) / rennen op de plaats / hakken tegen je billen / knieën hoog / 3 rondjes draaien / ren tot en met […] en ren weer terug / rek- en strek oefeningen / als je een klein balletje meeneemt omhoog gooien en opvangen / overgooien met een balletje.

-2 = Zingen: zing een liedje over een dier / kindje / lente / verjaardag / het weer / auto / bus / trein / zing een liedje waar een land / stad / kleur / getal in wordt genoemd.

-3 = Rekenen: maak een som met plus 4+5=9 /min 12-4=8 / keer 3×5=15 of gedeeld door 10:2=5 / hoeveel is “dit huisnummer + 12”?/ tel de ramen / hoeveel is “het aantal ramen x 3”? / hoeveel rode bloemen staan er in deze tuin? / hoeveel is “het aantal gele bloemen in deze tuin – 4”?

-4 = Zoek opdracht: Ter plekke iets verzinnen wat het kind kan vinden in de buurt van dit huis. Bijvoorbeeld: Zoek een (witte) auto / zoek een (rode) bloem / voordat we verder gaan moet je een vogel zien of horen.

-5 = Dingen opsommen: Noem (bijvoorbeeld 3 of zoveel mogelijk) : soorten fruit / kleuren / boeken / vormen / dingen die je kan drinken / groenten / oranje dingen die je kan eten / bloemen / dieren (die kunnen zwemmen / vliegen / groter zijn dan een koe / kleiner zijn dan een konijn) / sporten waar een bal voor nodig is / provincies van Nederland.

-6 = Doe een dansje: zelf laten bedenken wat voor dansje / hoofd, schouders, knie en teen / vogeltjesdans / tsjoe tsjoe wa / pasapas / de pinguïndans / swish swish / doe een gek dansje / alternatief: gekke bekken trekken.

-7 = Kennisvragen: Welke kleur krijg je als je […rood en geel] mengt? = oranje (rood en blauw = paars / blauw en geel = groen / rood en groen = bruin) / welke dag komt er na […vrijdag] / welke maand komt er voor […april] / wat is de hoofdstad van […Zeeland] / wat is het Engelse woord voor […fiets] / hoeveel poten heeft een […spin] ?/ wat moet je altijd doen voordat je een weg oversteekt?

-8 = Tekenopdracht: Neem krijt mee of een klein notitieboekje en een pen/potlood/stift of zoek een krijtsteentje. Teken een […vorm; hartje] / huis / dier / bloem / voertuig / boom / gezicht / mens / appel / of teken iets en de ander moet raden wat je tekent.

-9 = Schooltje spelen: Bepaalde opdrachten waar het kind aan toe is: tel tot 10 / tel van 10 tot 20 / tel met tientallen naar 100 (10, 20, 30, …100) / tel terug van 10 / tel terug van 100 met tientallen / zing of zeg het ABC / zeg of zing de dagen van de week / de maanden / schrijf de letter/het woord […] in de lucht/op de stoep.

-0 = Uitbeelden: Beeld iets uit, zonder woorden/geluiden te gebruiken, de ander moet raden wat je uitbeeldt. Je kan een categorie geven zoals een dier / een beroep / een sport / alternatief voor jonge kinderen: doe een […hond] na (met geluid).