Verveling van je kinderen te lijf gaan

De Denkstoel

Ik ben nu al bij een aantal gezinnen geweest waar ik hetzelfde terug hoor van ouders. Ze vinden het vervelend dat ze altijd moeten bedenken wat hun kinderen zouden kunnen doen (als ze niet op de tablet mogen). Ze geven aan dat hun kind(eren) niks leuk vinden en dat ze moe worden van telkens maar weer dingen verzinnen.

Wat ik hen meegeef is dat het ook niet nodig is om altijd dingen voor je kind(eren) te bedenken. Kinderen kunnen best zelf bedenken wat ze zouden kunnen doen. Ik heb zelf ervaren dat kinderen van een jaar of 4, 5, 6 nieuwsgierig worden als je hen zegt: “Ga maar op de denkstoel zitten.” Ze vragen me wat dat is en welke stoel dat dan is.

De denkstoel is een zelf gekozen stoel uit de kamer waar een kind op kan zitten. Het kind kan op die stoel de tijd nemen om zelf iets te bedenken wat hij of zij zou willen doen. Het kind kan er weer af komen als deze iets bedacht heeft.

Ik krijg terug van gezinnen dat het in het begin wel werkt. Ik denk zelf dat het belangrijk is niet terug te vallen in het oude patroon van dingen blijven verzinnen voor je kind.

Leuk voorval

Ik coachte een gezin met een zeer creatieve jongen die ook nooit wist wat hij moest doen en z’n moeder werd gek van steeds maar weer dingen moeten verzinnen. Toen ik over de denkstoel vertelde werd deze jongen zo enthousiast dat hij er gelijk zelf eentje ging maken van karton. Een week later kwam ik terug en had hij de stoel opnieuw gemaakt, maar dit keer van hout en had hij er kussentjes op gemaakt (zie foto).

Vervelen is niet erg

Van een wijze moeder, met wat oudere kinderen, heb ik geleerd dat je kan zeggen dat het niet erg is om niks te doen en dat verveling soms leidt tot goede ideeën. Tegenwoordig zeggen haar kinderen nooit meer dat ze zich vervelen.

Echt luisteren

Hoe je een band krijgt door dingen te onthouden

Ik werkte al een aantal weken op een locatie en één meisje (8) zag mij niet echt staan, ze had haar zusje, waardoor ze mij als persoon niet echt nodig had. Sommige kinderen kijken graag de kat uit de boom en zullen niet zo snel toenadering zoeken.

Verhalen loskrijgen

Op een dag kwam ze verdrietig binnen en keek ze alleen naar beneden. Ik vroeg haar wat er was en na een poosje wachten [geef kinderen de kans om moeilijke dingen te vertellen, vul het niet te snel voor ze in] zei ze dat ze het niet leuk vond dat ze wakker was gemaakt, want ze had de mooiste droom van haar leven gehad. Ik vroeg haar waar de droom over ging. Maar omdat we nog niet zo’n goeie band hadden zei ze “dat zeg ik niet”. Ik deed net of ik dit niet had gehoord en praatte even met iemand anders [alles om mezelf even wat bedenk ruimte te geven om dit op te lossen] Toen vroeg ik het nog een keer met een vriendelijke toon. “Waar had je over gedroomd?” “Dat wil ik niet vertellen” zei ze. Ik zei met een begripvolle toon: “oh, dat hoeft ook helemaal niet hoor.” En toen ik bijna wegdraaide vertelde ze meteen waarover ze had gedroomd [kinderen willen toch graag aandacht]. De droom ging over een ziekenhuis en zij was de zuster die mensen mocht verbinden. Ik vertelde haar dat ik door mijn EHBO cursussen nog veel verbanden thuis had liggen en dat ik die een keer voor haar mee zou nemen, dan kon ze daar in het echt mee spelen. Daarna ging ze vrolijk spelen.

Beloftes nakomen

Een paar weken later nam ik de verbanden mee en dit vond ze erg leuk. Ze zei: “oh ja, dat had je belooft toen je nog maar net hier werkte.” Wat voor mij betekende dat ik die dag echt door haar op de kaart was gezet.

Kinderen onthouden veel, vooral beloftes en de momenten dat je deze momenten waar maakt. Zo ook de momenten dat je beloftes niet nakomt, wellicht goed om je goed van bewust te zijn.

Kun je kinderen zelf oplossingen laten bedenken?

Super-Kat-Snel

In de kleedruimte

Elke dinsdag ga ik met een aantal kinderen van de BSO naar zwemles. Een meisje (6) was bijna altijd als laatste klaar met omkleden. Alles en iedereen was interessant om haar heen. Op elke prikkel reageerde ze, zonder door te gaan met omkleden.

Ik moest haar steeds weer laten focussen op het omkleden. Toen we een keer erg laat aankwamen bij het zwembad dacht ik “dit moet sneller kunnen.”

Eigen oplossingen laten bedenken

Ik legde haar uit dat we heel laat waren en vroeg haar of ze misschien een truc kende om zichzelf heel snel om te kunnen kleden. Ze dacht bijna een minuut na, maar ik liet haar toch zelf denken, want het is belangrijk dat het haar eigen idee is. Toen kwam ze op een goed idee. Ze kon zich “super-kat-snel” omkleden, net als de kat van PJ Masks, een van haar favoriete series. En ik zei “wauw, wat een goed idee! Doe dat maar.” Ze ging super snel van start, nadat ze de “catchphrase” had gezegd van “Catboy” en hield het vol totdat ze klaar was. Dat ging dus super goed en super snel.

Een kinds’ interessegebied en logica

Een week later zei ze al van tevoren dat ze het niet super kat snel wilde doen, maar vanaf toen heb ik haar nooit meer aan hoeven sporen. Alsof het nu in haar systeem zat dat ze door moet gaan met omkleden. Echt super mooi wat kinderen zelf allemaal kunnen bedenken. Hun hersenen zijn super creatief en ze kunnen zelf heel goed bedenken welke hulpmiddelen ze kunnen inzetten. De kans is groot dat die manier hen goed kan helpen, het komt namelijk uit hun eigen interessegebied en hun logica.

Het blijft ze bij

Ze vroeg mij laatst of ik al andere kinderen had geholpen met haar trucje. Zo had ik aan haar namelijk gevraagd of ik haar truc mocht gebruiken op mijn site, “dan kan ik ook andere kinderen helpen.” Vandaar dat ik dit blog-bericht nu plaats.

Ik vroeg haar toen of ze het nog wel eens gebruikte en ze zei dat ze het ook thuis nog wel eens had gebruikt. Toch fijn zo’n trucje om ons minder te laten zeuren op hen. 😉

rommelige kamer van een puber opruimen door gesprekken en afspraken te maken

Hoe kun je kinderen met plezier laten opruimen?

Opruimkampioenen

Wie kinderen heeft die van opruimen houden die mag zich kenbaar maken, misschien dat we van die opvoed-technieken allemaal nog iets kunnen leren. Nu ik er zo over denk ken ik wel veel kinderen (vooral van 4 en 5 jaar) die graag willen helpen bij van alles en nog wat (afwassen, spullen op tafel zetten, crackers smeren) maar voor opruimen heb ik ze nog niet in de rij zien staan.

Spelenderwijs is het leuker

Wat kinderen wèl vaak leuk vinden zijn spelletjes. Daarom is het soms handig om er een spel van te maken, in plaats van vijf keer te vragen of ze nu alsjeblieft eens willen gaan opruimen en als ze het dan nog niet doen boos en geïrriteerd te raken.

Het is misschien wat lastig om voor elk soort troep nu te omschrijven hoe het op een leuke manier kan worden opgeruimd, maar probeer je in te leven in de belevingswereld van het kind en bedenk iets creatiefs. Daarbij is het standaard handig om bijvoorbeeld vijf minuten van te voren en daarna één minuut van te voren aan te kondigen dat ze dan moeten opruimen, zodat ze voorbereid zijn.

Voorbeelden van het leuk maken van opruimen

Neem een takelwagen van het speelgoed van de kinderen (3 jaar) en laat hen de wagen vullen met duplo, rijd dan met een leuk geluidje de wagen naar de duplobak en leeg de takelwagen. Vertel erbij wat er gebeurt, zodat het een soort rollenspel wordt. “Zo jongens, de wagen is weer leeg, vullen maar!” Zo wordt het levendig voor de kinderen en wordt opruimen leuk. Op den duur zullen ze opruimen niet meer als iets negatiefs zien.

Houdt je kind (4 t/m 10 jaar) van wedstrijdjes? Doe dan een spel wie als eerst de meeste blokken kan opruimen of wie de meeste stiften van de grond op kan rapen. Is het kind alleen en kan je hem of haar niet helpen dit keer laat hem of haar dan een wedstrijdje tegen de klok doen. Alles moet opgeruimd zijn in een minuut, de tijd gaat nu in. (Als de lange wijzer weer bovenaan staat dan moet je klaar zijn. (Uitleg voor jonge kinderen is wel van belang.)) Je kan ook zeggen “ruim alles op wat groen is!” “nu alles waar rood in zit!” Dan vinden ze het ook weer even interessant.

Met 11+ kinderen/jongeren kun je wellicht de poespas beter uit de weg gaan en goede gesprekken aangaan en afspraken maken. Luister ook echt naar het kind/de jongere en geef duidelijk aan wat voor jou/jullie belangrijk is en wat gevolgen zijn van niet opruimen. Kom tot compromis met deze gesprekken.

Weerstand

Is er toch weerstand, dan kan dit aan verschillende dingen liggen. Soms door een voor de hand liggende reden en soms door een veel dieper gaande reden dan we denken. Neem daarom contact op met Gezinscoach Pauline als je/jullie er samen met je kind/jongere niet uitkomen.

 

Het pest-hulpteam

Hoe je pestgedrag kan omdraaien tot hulpgedrag

Op een zonnige dag waren we op pad met de kinderen van 4 en 5 jaar van een BSO. Een aantal kinderen liepen al een stuk verder dan ik, maar ik zag dat ze met z’n vieren om een jongen “X” heen gingen staan. Twee van hen duwden X een beetje tegen de muur aan, het zag er bedreigend uit voor hem.

Op een rustig moment erover praten

Ik heb X later gevraagd of hij erover wilde praten, toen zei hij voorzichtig “nee”. Omdat ik altijd heel goed naar kinderen luister ging ik toch doorvragen 😉 maar dan met gesloten vragen, zodat hij niet veel hoefde te zeggen. (dit kan trouwens gevaarlijk zijn, omdat kinderen makkelijk ja zeggen als je suggestieve vragen stelt, maar ik kende de situatie al een beetje.)
Werd je gepest?” Vroeg ik. “Ja” zei X. “Gebeurt dat vaker?” vroeg ik. “Ja” zei X. Toen zei ik tegen hem dat ik het echt niet leuk voor hem vond dat ze met z’n allen op hem gingen. “Nee” zei X. “Wat moeten we daar nou aan doen?” vroeg ik. “Ik weet het niet” zei X.

Pesters omtoveren tot pest-bestrijders

A (één van de duwers) bleef duidelijk bij ons in de buurt, omdat ze wel graag wilde horen wat ik allemaal met X besprak. Ik sprak haar toen aan met “A, mag ik jouw iets vragen? Jij bent heel slim toch?” “ja, ik ben heel slim” zei ze. Toen ging ik bij haar zitten en zei haar dat X wel eens gepest wordt en dat zij wel iemand is waar iedereen naar luistert, of zij misschien kon helpen als het weer gebeurde. En dat wilde ze wel. Toen vroeg ik wat ze dan zou zeggen. Daar had ze ook al een antwoord op. “Als ze iets zeggen wat niet leuk is, dan zou ik zeggen van ‘zou jij het leuk vinden als iemand dat tegen jou zegt?’ en dan stoppen ze wel.” Ik zei dat ik het super vond dat ze dat zo zou doen. En toen heb ik het aan X vertelt. Toen heb ik ook nog B aangesproken met hetzelfde verhaal als bij A. Hij wilde het ook wel. Ik heb A en B nog trots gezegd dat ze nu in het pest-hulpteam zitten van X en dat ik daar heel blij mee ben en ook dat als het goed gaat of juist niet dat ze dan even overleggen met mij.

Tips & trics

De truc is hier om geen enkel kind te beschuldigen maar hen in te zetten met hun kwaliteiten en hen verantwoordelijkheid te geven. Ze hebben nu een doel waar ze zich goed over kunnen voelen! 🙂 Beschuldig je ze en straf je ze over het feit dat ze pesten, dan is de kans groot dat ze X weer zullen pesten met een extra reden (“jij hebt geklikt!”). Daarnaast kunnen ze nog stiekemer gaan pesten.

Een belangrijke tip is dat je iedereen over dit ‘pest-hulpteam’ inlicht, zoals juffen, ouders, bso-leidsters en andere betrokkenen, liefst nog voordat je het gaat toepassen.

Het ging goed, er werd niet meer gepest. Wat er wel was gebeurt was dat A dacht dat ze X in de gaten moest houden, zodat hij niemand zou pesten. Oeps..! Belangrijk is dus om geregeld na te vragen aan alle betrokkenen hoe het gaat en door te vragen. Ook je waardering uit spreken over al het goeds dat de kinderen samen hebben bereikt zorgt ervoor dat ze ermee doorgaan.

Positief Straffen

Drukteschoppertje aan het werk

Ik was met een klein groepje kinderen die ik nog niet zo goed kende en iedereen was lekker aan het spelen, behalve één jongetje (5). Hij was wild aan het gooien en opvangen van dingen waar je niet mee zou moeten gooien. Hij gedroeg zich verder wild en rende af en toe door de ruimte. Ik waarschuwde hem dat hij moest stoppen, omdat er anders iets kapot kon gaan. Maar toch ging hij door…

Straf

Toen zei ik hem dat hij op een krukje moest komen zitten, bij mij aan tafel, maar hij wilde dit absoluut niet. Door mijn houding en stem merkte hij wel dat ik het meende. Ik zette een krukje klaar en hij kwam er met tegenzin op zitten. Hij schoof met krukje en al weg van me. Ik zei: “dat is prima, als je maar op het krukje blijft zitten” waardoor er geen (extra) strijd komt.

Inleven in een kind

Na een paar minuten ging ik naar hem toe. Wat ik voordien dan doe is me inleven in zo’n jongen, wat denkt hij en waarom doet hij dit? Waarschijnlijk vind hij het lastig om alleen te spelen, of vind hij het lastig om te vragen of hij mee mag spelen en dus gaat hij zich in z’n eentje vermaken. Of hij zoekt op deze manier aandacht, of hij is gewoon heel vrolijk vandaag en leeft zich lekker uit. Voor hem is het al vervelend dat hij tijdens zijn spel, waar hij waarschijnlijk niks verkeerds in zag, op een krukje moet gaan zitten. Ik wil hem dus niet nog verder de grond in boren, ik wil alleen dat hij mij snapt en dat het over zijn gedrag gaat, niet over hem zelf.

Excuses laten maken met behoud van een vrolijke spirit

Ik zeg het volgende: “A. ik vind het helemaal niet erg dat je zo vrolijk en enthousiast bent, dat vind ik juist leuk aan je. Maar ik heb je gevraagd om te stoppen, omdat als je met dingen gaat gooien en gaat rondrennen dan gebeuren er ongelukken, maar je bent gewoon doorgegaan. Daarom wil ik dat je sorry tegen me zegt.” Met een lichtelijk droevig, maar begrijpend gezicht zegt hij sorry. Ik zeg: “oké, knuffel?” om hem te laten merken dat het nu is opgelost en dat het weer helemaal goed is. Zijn gezicht klaart op en tegelijkertijd is er een enorme verbazing op z’n gezicht te lezen. Hij geeft me een knuffel, kijkt vrolijk en gaat lekker spelen. Wanneer ik hem wegbreng en gedag zeg krijg ik nog een dikke knuffel van hem. 🙂

Hoe kun je uitscheldende kinderen op hun plek zetten?

Zo mooi als een prinses

Soms ben je het wel eens beu om je kind elke keer weer een waarschuwing te geven. En soms is het misschien ook niet zo handig. Zo vind ik het persoonlijk bijvoorbeeld niet zo gepast om te zeggen: “als je nog één keer zo iets lelijks zegt tegen haar ga je op het krukje zitten.” Het meisje is in dit geval namelijk al gekwetst door het uitscheldende kind. Je geeft degene die uitschelt de kans om dit nog een keer te doen, voordat de straf volgt. Daarnaast worden de gevoelens van het meisje, dat zich gekwetst en misschien zelfs onzeker voelt door deze opmerking(en), bij deze straf helemaal vergeten.

De methode

Een enorm fijne methode om kinderen in te laten zien wat ze met iemand doen is hen te vertellen dat ze iemand verdrietig hebben gemaakt en dat ze, om het goed te maken, iets liefs mogen zeggen tegen het betreffende kind in de vorm van een complimentje. Vaak weten kinderen eerst niet wat je bedoelt. Maar als ze het snappen komen de mooiste dingen naar boven en worden de gekwetste kinderen weer vrolijk gemaakt.

De aanpak

Om uit te leggen wat een complimentje is zei ik tegen een jongen (5): “je mag nu iets aardigs over haar zeggen, want je hebt haar verdrietig gemaakt met wat je net zei. Je kan bijvoorbeeld zeggen dat ze een mooie jurk aan heeft, of dat je haar aardig of lief vind, bedenk zelf maar iets.” Hij dacht een poos na en zei toen tegen haar: “je bent zo mooi als een prinses.” Het meisje begon te blozen en te stralen, ik probeerde niet te smelten en zei: “Dat is echt super lief van je om dat te zeggen” en tegen haar: “is het nu weer goed?” En het meisje zei: “ja” met een dikke glimlach erbij.

Hoe kun je helpen bij erge ruzie?

Ruzie tussen de planeten

Vijf kinderen zijn samen aan het buitenspelen, ze hebben hockeysticks en grote scheppen bij zich als wapens. Twee kinderen (zij spelen agenten van de aarde) staan onder een overkoepelend klimrek en de andere drie (zij spelen de aliëns) proberen de ‘wapens’, die ook onder het klimrek liggen, te pakken te krijgen. Binnen de kortste keren wordt er hevig naar elkaar geschreeuwd. “Nee!”, “wel!”, “nee!”, “wel!” “nee, ik heb het bedacht!”.
Ik weet dat veel mensen zouden denken, “blegh, moet dat nu met die “wapens” en dat geschreeuw, laat ze maar gewoon stoppen hiermee, want dit gaat niet”. Dat dacht ik natuurlijk ook in een fractie van een seconde, maar toen bedacht ik me dat het voor sommige kinderen gewoon heel moeilijk is om om te gaan met kinderen die iets anders willen dan zij. Daarnaast is dit wat ze willen spelen, anders zouden ze zich er niet zó druk om maken. Om die redenen wil ik ze helpen oplossen in plaats van het spel helemaal af te kappen.

Dus ik er op af met een oase van rust om me heen 😉

[met een rustige en duidelijke stem] “Oké, stop, stop, stop. Luister, jullie zijn het duidelijk niet met elkaar eens, maar laat me eens horen wat jullie allebei vinden. X begin jij maar met vertellen.” X: “zij komen de hele tijd in onze kooi, maar dat kan niet, want hier ligt aliëngif en dan gaan ze dood.” “Oké, en Y, wat vind jij?” Y: “daar ligt geen gif! En ik heb het bedacht, dus we kunnen er gewoon bij!” (Heel belangrijk om hun spel serieus te nemen en te kijken hoe het kan worden opgelost) Dus ik zeg: “als jullie het tegenovergestelde vinden dan moeten jullie een middenweg zoeken, een middenweg is een manier die jullie allebei goed vinden, jullie mogen dit helemaal zelf bedenken. Je kan bijvoorbeeld doen dat ze wel op het randje mogen komen van de kooi, maar niet verder.” Dat vonden ze beide goed.
Maar Y zat nog iets dwars. Y: “ik wil ook niet dat zij onze wapens kunnen afpakken, want wij mogen ook niet aan hun zitten”. X: “jawel, want wij kunnen wel aan jullie zitten” Y: “nee dat is niet eerlijk!” [ik, nog altijd met een strak gezicht] “Oké, jullie kunnen ook doen dat jullie elk derde wapen dat je te pakken hebt naar een schuilplaats moeten brengen. En daar mogen de wapens wel worden gepakt”. X vond het een goed idee, Y niet. Toen heb ik benadrukt dat het maar een voorbeeld was, en dat ze zelf iets mochten bedenken wat ze allemáál goed vinden. Ze hebben er met elkaar over gepraat tot ze het met elkaar eens waren. Ik heb ze daarna duidelijk complimenten gegeven over het goed praten met elkaar over wat ze wilden.
Het spelen ging vanaf toen super goed. En af en toe vraag ik dan hoe het gaat en het ging “goed!”

Tips and trics

Ik heb dus geprobeerd niet te letten op het geschreeuw, maar echt geluisterd naar wat ze met dit gedrag bedoelden. Blijkbaar waren ze zo enthousiast over hun eigen manier dat het nodig was om te schreeuwen om hun zin te krijgen. Probeer kinderen iets bij te brengen, hoe het beter kan. In dit geval, zoeken naar een middenweg als je beide totaal iets anders wilt. En daar rustig over praten met elkaar, en samen oplossingen bedenken. Geef daarnaast positieve aandacht als het goed gaat, zodat ze ook beseffen dat ze goed aan het spelen zijn. En niet alleen aandacht krijgen als het mis gaat, want geloof mij, dan zal het nog vaak mis gaan.

Hoe kan je kinderen op een verantwoorde manier laten stoeien?

1, 2, 3, Go!

Twee lieve, slimme jongens van 5 en 7 jaar hebben redelijk vaak ruzie met elkaar en vechten dan om de kleinste dingen. Nu is het zo dat ze het waarschijnlijk ook niet heel erg vinden om te vechten, sterker nog, ze lokken het steeds weer uit om wéér een potje te kunnen vechten. Ze vinden het blijkbaar leuk om fysiek contact te hebben en te vechten. (goh, bij welk jongetje heb ik dat nou eerder gehoord?) De manier waarop ze vechten loopt echter vaak uit op huilen.

Ik ging ermee aan de slag toen ik bij hen kwam oppassen. We waren lekker aan het eten en ik zei ze dat we na het eten de salontafel wel aan de kant konden zetten, zodat ze konden stoeien op het dikke kleed in de woonkamer. Ik vroeg hen of ze dat leuk zouden vinden. (vraag altijd aan kinderen wat zij ervan denken, ga niet zo maar een leuk idee opdringen) Ze vonden het gelukkig een heel leuk idee.
Dus na het eten gingen we aan de slag. Ik gebruikte de zin: “ik heb wat sterke jongens nodig om de tafel aan de kant te zetten” zodat ze daarmee hielpen. En we legden nog wat extra kussens neer voor een zachte ondergrond. (het kan ook op een tweepersoonsbed trouwens)

Ik ging erbij zitten en legde de regels uit;

  • Je pakt elkaar bij de armen en probeert elkaar om te duwen
  • Je mag de ander pootje haken
  • Wie het eerst de ander op de grond heeft gekregen krijgt een punt
  • We gaan tot de tien punten
  • Je mag niet slaan
  • Je mag niet schoppen
  • Je mag niet knijpen
  • Je mag niet bijten
  • Je mag niet krabben
  • Alleen maar worstelen dus, anders krijgt de ander een punt. Zet hem op!

Ik telde af: 1, 2, 3 go! En daar gingen ze, ze hadden de grootste lol. En zodra er iemand toch sloeg gaf ik de ander gelijk een punt, “één punt voor X, want je sloeg!” En dat werd meteen geaccepteerd, want de regels waren duidelijk vastgesteld vooraf.
Nadat iemand had gewonnen wilden ze het nog één keer doen en dat mocht van mij, maar wel heb ik toen alvast aangekondigd dat we daarna de tafel weer zouden terug zetten, iets zouden drinken en een boekje, voor het slapen gaan, zouden gaan lezen. En ook dit ging prima, ze waren namelijk al uitgeraasd.

Ik hoorde later van hun moeder dat het wel had gewerkt, maar dat ze dit eigenlijk met regelmaat moeten doen, of dat ze meer met hun vader moeten stoeien. Anders komt het vechten, op de minder fijne manier, gewoon weer terug.